15 januari 2026
Onder de straten en woonblokken van Den Haag-Zuidwest ligt een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. Hoewel wijken als Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust vooral bekendstaan om hun naoorlogse bouw, blijkt de bodem al veel langer door mensen te zijn gebruikt.
Den Haag-Zuidwest werd na de Tweede Wereldoorlog gebouwd om het grote woningtekort op te lossen. Weilanden en tuindersgebieden maakten plek voor moderne flats en eengezinswoningen. Tijdens het uitgraven van de funderingen kwamen de eerste puzzelstukjes van een verdwenen wereld tevoorschijn.

Om de geschiedenis van Zuidwest te begrijpen, moeten we kijken naar de opbouw van de bodem. Dit gebied is gevormd door een voortdurend samenspel tussen land en zee. Onder de grond liggen verschillende lagen die laten zien hoe het klimaat en de kustlijn door de tijd heen zijn veranderd.
Rond 4000 v. Chr. lag de kustlijn veel verder landinwaarts dan nu. Op de plek waar we nu Zuidwest vinden, ontstonden zandige ruggen: de oude duinen. Dit waren de eerste droge plekken in een verder nog zeer nat gebied. Toen de zee zich langzaam terugtrok, werd het gebied achter de duinen afgesloten. Het water kon hier niet meer wegstromen waardoor een moerasgebied ontstond. In deze natte omgeving hoopten plantenresten zich op tot veen. Dit veen zorgde ervoor dat het landschap voor lange periodes moeilijk begaanbaar was, behalve op de hogere zandkoppen.
Rond 1000 v. Chr. drong de zee het land binnen via getijdengeulen, zoals de Gantel. Daarbij werd vruchtbare klei afgezet op het veen en langs de duinen. Het verschil tussen zand, veen en klei bepaalde uiteindelijk waar mensen zich in de eeuwen daarna zouden vestigen.

De oudste sporen van bewoning in Den Haag-Zuidwest komen uit de steentijd en de bronstijd, maar ze zijn schaars. Archeologen vinden soms resten van kleine nederzettingen op de hogere zandruggen. De bewoners hielden vee en verbouwden gewassen op de randen van de duinen. Vanaf de ijzertijd (vanaf circa 800 v. Chr.) werd het gebied intensiever gebruikt. Aan de Lozerlaan is op een zandkop of duin de resten van een klein huis uit de midden-ijzertijd (500–200 v. Chr.) gevonden. Het huis was eenvoudig en werd waarschijnlijk maar een deel van het jaar gebruikt. Binnenin zijn sporen van een haard gevonden en direct ernaast lagen afvalkuilen. Ook werd er rijkversierd aardewerk aangetroffen. Deze vondsten staan niet op zichzelf, in de omgeving zijn op meerdere plekken resten uit dezelfde periode gevonden. Bij de bouw van flats in de Dreven vonden amateurarcheologen in 1957 al scherven uit de midden-ijzertijd. En langs de Erasmusweg is een veekraal ontdekt: een omheinde ruimte waar boeren hun vee verzamelden. Dit wijst op een goed georganiseerde vorm van landbouw in die tijd.
De meeste archeologische vondsten in Den Haag-Zuidwest stammen uit de Romeinse tijd (19 v. Chr.–450 na Chr.). In die periode was het gebied geen afgelegen plek, maar een belangrijk onderdeel van het Romeinse platteland. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de kennis over dit verleden. Vanaf 1958 deden amateurarcheologen van de AW(W)N belangrijke waarnemingen in bouwputten, onder andere in Vrederust en de Uithofpolder. Zij legden veel nieuwe vindplaatsen vast en verzamelden grote hoeveelheden aardewerk. In de Romeinse tijd woonden hier de Cananefaten, die in boerderijen leefden langs de kreken. Het Romeinse leger had versterkingen langs de Rijn en in de duinen, en in het huidige Voorburg lag de Romeinse stad Forum Hadriani.
In 1994 werd bij de kruising van de Erasmusweg en de Lozerlaan een van de meest bijzondere vondsten gedaan. Op de oeverwal van een kreek bevond zich een vierkante structuur, mogelijk een religieuze of rituele plek. Er werden waardevolle voorwerpen gevonden, zoals bronzen vaatwerk en geïmporteerde spullen. De ongetwijfeld belangrijke plek hoorde bij een grotere nederzetting, waarvan tot nu toe vooral greppels en kuilen zijn opgegraven. In één van die kuilen werd het skelet van een baby gevonden. Dit is nu te zien in het Museon.

Een opgraving in 1999 bij de Nikkelwerf gaf een nog gedetailleerder beeld van het dagelijks leven. Hier werden de sporen van een zogenaamd woon-stalhuis gevonden, wat zowel plek bood aan de bewoners als aan hun dieren. De vondsten op deze plek bevestigen de intensieve bewoning op de oeverwallen van het Gantelsysteem. De meest opvallende van deze vondsten is ongetwijfeld het hoofd van een godinnenbeeldje.
Door de jaren heen zijn ook op andere plekken in Zuidwest veel sporen van bewoning gevonden, zoals greppels die percelen begrensden, waterputten en veel aardewerk. Naast het eenvoudige aardewerk vonden archeologen ook luxe Romeinse importproducten zoals terra sigillata (luxe aardewerk), bronzen mantelspelden en kralen van glas en barnsteen. Zeldzame vondsten, waaronder een bijzondere fibula en resten van Romeinse muurschilderingen, laten zien dat de bewoners goed verbonden waren met de Romeinse wereld.
Na het vertrek van de Romeinen rond de 3e eeuw na Christus werd Den Haag-Zuidwest natter en nam de bewoning af. Toch bleef het landschap niet leeg. In de middeleeuwen bloeide het gebied opnieuw op door grootschalige ontginningen, waarbij het uitgestrekte veen- en kleigebied werd getransformeerd tot een agrarisch land. Namen als Moerwijk, Bouwlust en Vrederust verwijzen nog naar historische boerderijen die hier eeuwenlang het beeld bepaalden.
Een belangrijke bron voor dit landschap is een gedetailleerde kaart uit 1712 van het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierop zijn boerderijen, sloten en percelen te zien van vóór de stadsuitbreiding. Op de kaart is te zien hoe de hoeven als statige complexen in het landschap lagen, vaak omgeven door grachten, boomgaarden en diverse bijgebouwen. Niet alle boerderijen staan op die kaart. Tijdens onderzoek op de hoek van de Meppelweg en de Dedemsvaartweg werden niet alleen bewoningssporen uit de Romeinse tijd aangetroffen, maar ook duidelijke resten uit de middeleeuwen. Bij de Meppelweg zijn resten gevonden van een middeleeuws erf uit de 13e eeuw, met greppels, kuilen en sporen van een houten boerderij.
Naast de Meppelweg zijn er tal van andere locaties waar het agrarische verleden aan de oppervlakte kwam. Bij de Beresteinlaan zijn resten gevonden van de zuidoostelijke randzone van de hoeve Bouwlust. Archeologisch onderzoek legde hier een belangrijke erfsloot bloot die exact correspondeert met de omgrenzing op de kaart uit 1712. Ook werden daar dierbegravingen en kuilen buiten het woonerf gevonden, wat ons meer vertelt over de bedrijfsvoering op de boerderij. Richting de (oude) Lozerlaan werden resten aangetroffen van een indrukwekkende oprijlaan die gemarkeerd werd door bermgreppels. Iets verderop, bij hoeve Vrederust, kwamen tijdens recente opgravingen bakstenen poeren en funderingen van gebouwen aan het licht. De gebouwen maakten deel uit van het erf, maar dienden niet als hoofdgebouw. De resten van de daadwerkelijke hoeve liggen vermoedelijk nog onder de grond en komen mogelijk bij toekomstig onderzoek nog aan bod. Op het erf troffen de archeologen vooral waterputten en afvalkuilen aan en rondom het erf lagen (net als bij Bouwlust) enkele brede sloten. De vondsten uit deze sporen – denk aan majolica aardewerk, glazen flessen en gebruiksvoorwerpen van metaal -schetsen een beeld van welvaart. Deze hoeven waren de economische motoren van de regio. Ze vormen de directe, fysieke link tussen het verdwenen agrarische landschap van Delfland en de stedelijke identiteit van het huidige Den Haag-Zuidwest. Onder het moderne stadsgezicht ligt de blauwdruk van een boerenbestaan dat de fundamenten legde voor de stad van nu.
Zuidwest verandert opnieuw. Oude woonblokken maken plaats voor nieuwbouw en dat geeft archeologen de kans om met de modernste technieken de bodem te onderzoeken. Recent onderzoek vond plaats in de wijken Dreven en Venen.
In de Dreven richtte het onderzoek zich op de historische locatie van hoeve Vrederust. Archeologen legden hier niet alleen resten van de 18e- en 19e-eeuwse bebouwing bloot, zoals bakstenen fundamenten en waterputten, maar vonden ook dieper gelegen sporen. Zo kwamen opnieuw greppels uit de Romeinse tijd aan het licht en werden hoefindrukken van vee uit de ijzertijd herkend. Toch vormen de resten van boerderij Vrederust de belangrijkste resultaten. Bijzonder waren de vele houtvondsten, zoals de kadebeschoeiing van een van de erfsloten en een hergebruikte ton en wagenwiel in de constructie van een waterput.
In De Venen, specifiek in de buurt van het Hoogveen, zijn de resultaten eveneens indrukwekkend. Hier kwamen sporen aan het licht van een onbekende Romeinse nederzetting. Er werden kuilen gevonden die gevuld waren met huishoudelijk afval, waaronder fragmenten van kookpotten en voorraadkruiken. Een van de topvondsten was een kleine, prachtig gedecoreerde mantelspeld (fibula), die misschien wel toebehoorde aan een bewoner met een zekere status.
Deze vondsten laten zien dat de bodem van Zuidwest het verleden goed heeft bewaard. Terwijl de wijk verder verandert, blijft de bodem ons verrassen met verhalen uit een rijk verleden.

