Haagse archeologische richtlijnen

Eisen aan en handreiking voor archeologisch vooronderzoek in de gemeente Den Haag

Bureauonderzoek, booronderzoek en rapportage[1]

In 2022 is het gemeentelijk archeologiebeleid geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad (RIS311200). Dit betekent dat alle archeologische uitvoerders in Den Haag hieraan gehouden zijn. De gemeente Den Haag wil met de Haagse Archeologische Richtlijnen enerzijds vormgeven aan een goede invulling van haar bevoegd gezag-taken en anderzijds externe archeologische bedrijven een toegang bieden tot de archeologische informatie en kennis die bij de afdeling Archeologie beschikbaar zijn.

Bureauonderzoek

  1. Voorafgaand aan het uitvoeren van een bureauonderzoek (en gecombineerd bureau/booronderzoek) is men verplicht contact op te nemen met de afdeling Archeologie van de gemeentelijke Dienst Stadsbeheer voor een check op de noodzaak van het onderzoek en voor actuele gegevens over archeologisch onderzoek (in de omgeving) van het plangebied (archeologie@denhaag.nl, 070-3536639 of een adviseur archeologie). De archeologische uitvoerder levert hierbij een correcte, digitale contour (gis/cad-bestand) van het plangebied aan.
  1. Standaard dienen de richtlijnen voor bureauonderzoek in de meest recente versie van de KNA te worden opgevolgd.
  1. In aanvulling op punt 2 dienen voor het bureauonderzoek in elk geval te worden geraadpleegd:
  1. De beschrijving van de geologie van het plangebied (en omgeving) sluit aan op de geologische (kaart)eenheden zoals die gebruikt worden op de Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk, versie 2019 en Archeologische-Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk versie 2021 (zie ook punt 3);
  1. Er moet in het bureauonderzoek een inventarisatie worden opgenomen van bekende vervuilingen. Dit is op te vragen bij het Bodem Informatie Punt van de Omgevingsdienst Haaglanden. (http://www.omgevingsdiensthaaglanden.nl/bodeminformatie.html) en/of via de opdrachtgever/initiatiefnemer/aanvrager.
  1. Suggesties (niet uitputtend) voor gebruik van kaarten en publicaties ten behoeve van paragrafen over de historische achtergrond en historische ontwikkeling van plangebieden:

Algemeen Haagse cartografie en ruimtelijke ontwikkeling:

      • De inleidingen van: Groeneveld, S., C.J.J. Stal, en W.E. Penning, 2007, Historische plattegronden van Nederlandse steden: deel 10 Den Haag. Lisse.;
      • Stal, K., 1998, Den Haag in kaart gebracht. 750 jaar groei in plattegronden uit het gemeentearchief. Den Haag.;
      • Stal, C. en  V.L.C.Kersing, 2004, “Ruimtelijke ontwikkeling in de late Middeleeuwen” in: J.G. Smit en E. Beukers (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad.  Deel 1: Vroegste tijd tot 1574.;
      • Stal, C, 2005, “Een plaats so magnifycq van gebouwen” in: Th. Wijsenbeek en E. Beukers (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad.  Deel 2. De tijd van de Republiek.;
      • Van der Hoeve, J.A., P.C. Lankamp, H.P.R. Rosenberg, E.C. Vaillant, en D. Valentijn, 1992, Monumenten Inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag.

Bij plangebieden buiten de stadssingels:

      • Berents  1734, Caarte van Haag Ambagt. Percelenkaart, belangrijk voor gebied buiten de singels. Naar een kaart uit 1677. Scheveningen niet afgebeeld;
      • De kaart van Delfland (Kruikius) uit 1712;
      • De kadastrale minuten opgesteld tussen 1811-1832 (https://hisgis.nl/projecten/zuid-holland/);
      • Van der Noordaa 1839, Den Haag en omgeving;
      • Last en Lobatto 1868 (afgeleide van kadastrale kaarten);
      • Ministerie van Oorlog 1873;
      • Voor een diachroon beeld van de ontwikkelingen rond de eeuwwisseling kunnen de Bonnebladen (1875-1934) dienstdoen;
      • Minimaal één 20ste-eeuwse kaart van Den Haag, daterend van vóór de bebouwing.
      • De huisnummerkaarten van Den Haag (tussen ongeveer 1920 en 1980) in verband met mogelijk oudere, verdwenen bebouwing.

Bij plangebieden in de binnenstad (binnen de singels):

16de eeuw

      • Jacob van Deventer 1558;
      • De stadsplattegrond uit 1570 (Haga Comitis in Hollandia-17de-eeuwse kopie door Elandts);
      • ter Meer Derval , ‘ Namen van eigenaren van huizen met de huisnamen in het Spaansche tijdvak 1550-1574 te ‘ s – Gravenhage ‘ , Die Haghe 1934, p. 24-128;
      • Gebruik afgeraden: kaarten van Guicciardini en De Geyn;

17de eeuw

      • De stadsplattegrond van Bos en Van Harn 1616, zeer betrouwbaar;
      • Janssonius 1657, eerste kaart met correct beeld van volledige omgrachting van Den Haag;
      • Elandts 1666; bruikbaar maar niet voor details op perceelsniveau;
      • Berents 1734, Caarte van Haag Ambagt. Naar een kaart uit 1677. Scheveningen niet afgebeeld;
      • Frederik de Wit 1698, bijgewerkte versie van de kaart van Janssonius;
      • Gebruik afgeraden: Braun en Hogenberg 1617, Boxhorn 1632, Blaeu 1634 en 1649.

18de eeuw

      • Algemeen: geen groei, alleen verdichting. Geen bestuurlijke noodzaak voor vervaardigen van kaarten met nieuwe opmeting, daarom veel kaarten die bewerking zijn van 17de-eeuwse kaarten;
      • De kaart van Delfland (Kruikius) uit 1712;
      • Daniel Langeweg 1747, gegraveerd door Iven Besoet. Met elementen uit Elandts.

19de eeuw en 20ste eeuw

      • De kadastrale minuten opgesteld tussen 1811-1832 ((https://hisgis.nl/projecten/zuid-holland/);
      • Van der Noordaa 1839, Den Haag  en omgeving;
      • Last en Lobatto 1868 (afgeleide van kadastrale kaarten);
      • Ministerie van Oorlog 1873;
      • Voor een diachroon beeld van de ontwikkelingen rond de eeuwwisseling kunnen de Bonnebladen (1875-1934) dienstdoen;
      • De huisnummerkaarten van Den Haag (tussen ongeveer 1920 en 1980) in verband met mogelijk oudere, verdwenen bebouwing.
  1. In het bureauonderzoek moet gedetailleerde informatie worden opgenomen over locatie, omvang en diepte (NAP) van bodemverstoringen in het plangebied ten gevolge van de huidige of daarvoor aanwezige bebouwing of andere activiteiten.
    Daarnaast dient het bureauonderzoek gedetailleerd inzicht te geven in de locatie, omvang en diepte (NAP) van de voorgenomen bodemverstoringen (denk aan: funderingen, heipalen, kruipruimtes, kelders, kabels en leidingen, waterpartijen, cunetten, wadi’s, maaiveld verlagen/verhogen, saneringen etc.).
  1. Bij gecombineerd bureau- en booronderzoek moet voorafgaand aan het uitvoeren van een booronderzoek het bureauonderzoek (in concept) worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag oordeelt op basis van het concept-bureauonderzoek over nut en noodzaak van het booronderzoek.

Booronderzoek

  1. Het plan van aanpak voor het booronderzoek moet minimaal één week voor de beoogde uitvoering, ter goedkeuring aan de afdeling Archeologie, Dienst Stadsbeheer, gemeente Den Haag worden voorgelegd.
  2. Standaard dienen de richtlijnen voor Inventariserend Veldonderzoek in de meest recente versie van de KNA te worden gevolgd.
  3. Boringen voor verkennend onderzoek dienen te worden uitgevoerd met in ieder geval een 7 cm edelmanboor en een 3 cm guts.
    Het gestapelde landschap en de variatie in hoogteligging van archeologische verwachtingsniveaus in (de verschillende zones van) Den Haag zijn complex. In het plan van aanpak worden boordieptes onderbouwd in relatie tot de geologische (kaart)eenheden van de geologische kaart van Den Haag en de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek.

Specifiek wordt bij het booronderzoek aandacht besteed aan:

      • laagovergangen: bodemvorming, inspoeling, uitspoeling, erosie verschijnselen.
      • gelaagdheid binnen lagen; korrelgrootte verdeling (Fining Up; Coarsing Up; Thinning Up; Thickening Up).
      • Beschrijving van de boorstaten conform ASB
        Leidraad ASB versie 5_2 geactualiseerd september 2008 (sikb.nl)
      • Karterend booronderzoek kan uitsluitend in overleg met of op aanwijzing van de afdeling Archeologie uitgevoerd worden. In beginsel moet karterend booronderzoek worden uitgevoerd conform de KNA-Leidraad voor karterend booronderzoek van de SIKB.
      • Boorgegevens dienen bij deponering aangeleverd te worden in één van onderstaande formaten:
      • Terraindex (*.TI)
      • SIKB0101 projectbestanden (.xml versie 8, 9 en 10)
      • GEF_Bore
      • Naast deze standaardeisen kunnen per onderzoekslocatie nog extra eisen worden gesteld, samenhangend met de specifieke plek of ondergrond. Uitvoerende bedrijven zijn daarom verplicht altijd eerst contact met de afdeling Archeologie op te nemen.

Rapportage

  1. Rapportages dienen te worden uitgevoerd zoals vermeld in de meest recente versie van de KNA.
  2. Daarnaast geldt het volgende voor afbeeldingen:
      • Het plangebied dient te worden aangegeven op een uitsnede van de Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2019 en/of de Archeologische-Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2021;
      • Het plangebied dient (bij benadering) te worden aangegeven op een uitsnede van kaart van Kruikius of, indien het plangebied binnen de singels ligt, op een uitsnede van minstens één relevante historische stadsplattegrond;
      • Een boorpuntenkaart, met als onderlegger de topografie van Den Haag, dient te worden bijgevoegd.
  1. De boorbeschrijvingen moeten in een bijlage worden opgenomen. Bij de notatie dienen NAP-hoogtes uitgangspunt te zijn, tenzij dat in het PvA specifiek anders omschreven wordt.
  1. De rapportage dient voorafgaand aan de vergunningprocedure in concept ter beoordeling te worden aangeleverd aan het bevoegd gezag. Dit zal de rapportage binnen uiterlijk twee weken beoordelen.

Het indienen van niet beoordeelde concept-rapporten kan leiden tot vertraging in de vergunningprocedure. De afdeling Archeologie gaat ervan uit dat archeologische uitvoerders de opdrachtgevers/initiatiefnemers/aanvragers hierover correct adviseren, of doorverwijzen naar de afdeling Archeologie voor advies.

  1. De definitieve rapportage dient te worden aangeleverd/gedeponeerd als digitaal bestand (pdf) samen met de digitale boorstaten (zie punt 5 bij Booronderzoek) en een digitale contour (gis/cad-bestand) van het plangebied.

Contactgegevens afdeling Archeologie:

Algemeen                   tel.: 070-3536639       e-mail: archeologie@denhaag.nl

Adviseurs archeologie:

Hans Siemons             tel. 0610911420         e-mail: hans.siemons@denhaag.nl

Esther Mulder             tel. 0621471040         e-mail: esther.mulder@denhaag.nl

Sophia Lay                 tel. 0650083568         e-mail: sophia.lay@denhaag.nl

Links:

www.denhaag.nl/gemeentearchief

www.haagsebeeldbank.nl

Opendata Geoinformatie Portaal (arcgis.com)

Dataplatform Den Haag

Overzicht bronnen & kaarten | Bronnen en kaarten | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Den Haag Archeologie

Beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Kaartviewer | HisGIS

Ontplofbare oorlogsresten bodembelastingkaart (arcgis.com)

Archeologie – SIKB

 

[1] Beleidsnota Archeologie 2021-2030: ‘Via het Programma van Eisen (PvE) geeft de gemeente aan hoe gravend archeologisch onderzoek moet worden ingericht en welke wetenschappelijke vragen moeten worden beantwoord. Deze PvE’s zijn locatie specifiek en worden door de afdeling Archeologie zelf opgesteld, op basis van de gemeentelijke onderzoeksagenda archeologie en de expertise die binnen de afdeling voortdurend wordt aangevuld en verdiept. Op die manier is het PvE een belangrijk instrument waarmee Den Haag zijn taak als bevoegd gezag vormgeeft.’

[2] Het open data platform van de gemeente Den Haag heeft de gis-data beschikbaar voor gebruik in eigen gis-systemen. Zoektermen bijvoorbeeld: ‘archeologische’ en ‘geologische’.

[3] Koster, K., en P. Vos, 2019, Herziening geologische kaart gemeente Den Haag en Rijswijk. (TNOrapport R11927). Utrecht.

[4] Bulten, E., en O. Holthausen, 2021, De Archeologische-Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2021. Den Haag.